Techniek van de Disneykamers

“Er bestaan geen slechte ideeën, alleen slechte plannen!”

Walt_Disney_1946

De kop hierboven schijnt een uitspraak te zijn van Walt Disney, een inspirerende topondernemer, die heel wat dromen heeft gerealiseerd. Als geen ander moet hij beseft hebben wat er nodig is om van droom tot realiteit te komen. Daar is meer voor nodig dan een potje huis-tuin-en-keuken brainstormen. Er moet oog zijn voor het totale proces en ook kritiek moet een plek krijgen… Net als bij improviseren gaat het om een combinatie van associatief denken, samenwerken, structuur neerzetten en doorzetten.

 

“Ja, maar…”, hoor ik nu een aantal mensen denken, “je moet toch waken voor dooddoeners, doemdenken en ja-maren? En wat structuur klinkt niet erg creatief”. In de fase van dromen en ideeën spuien, is het inderdaad dodelijk om met bezwaren te komen, te ja-maren, de ‘zwarte hoed’ op te zetten, enzovoorts. Voor de analytici, de critici en de realisten onder ons is dat echter niet zo makkelijk. Zij hebben nou eenmaal een andere manier van denken dat die ‘flap-uiterige’ ideeënspuiers. Grote kans dat je elkaar dan dwars gaat zitten. En hoe groot is de geruststelling voor hen dat improviseren en creatief denken wel degelijk structuur kent.

 

Er is een methode van creatief denken, die het hele proces overzichtelijk maakt en aan alle denkers ruimte geeft, die genoemd is naar Walt Disney: De Disneykamers. En de grote kunst is, om die kamers goed uit elkaar te houden! Hieronder geef ik het proces in het kort weer.

 

Stap1.

Leg vooraf het proces aan iedere deelnemer uit, zodat allen weten dat alles een plek krijgt en dat daar slechts een volgorde aan wordt gekoppeld.

Eerst wordt er –zoals bij elk goed creatief proces- een soort intake gehouden, om tot een goede vraag te komen.

 

Stap 2.

Dan gaan we de eerste Disneykamer in: kritische denken. Aan welke belangrijke criteria moet de uitkomst voldoen? Nog niet dromen en plannen maken, alleen maar formuleren waar de oplossing aan moet voldoen. Te denken valt aan beschikbare tijd, geld en andere randvoorwaarden, waarden en hoe vernieuwend het mag zijn. Schrijf ze op een flapover en hang het achterin de zaal.

 

Stap 3.

Doe even een warming-up, die iedereen wat losmaakt en in een vrolijke stemming brengt.

We gaan nu naar de tweede Disneykamer: dromen. Dit is de ouderwetse brainstorm. Hier mag alles geroepen worden. Niets is gek en niets wordt afgekeurd. Wel probeert iedereen concreet te zijn, in plaats van alleen kreten te noemen. Elk idee wordt op een apart briefje genoteerd en opgehangen rechts in de zaal.

 

Stap 4.

Tijd voor de derde Disneykamer: realisme. Er wordt gekozen voor een idee, of een combinatie van een aantal ideeën. Dan volgt de vraag: Wat is er voor nodig om dit concreet te maken en te realiseren? Pas op: niet kritisch zijn! Gewoon een plan maken, alsof er geen enkel bezwaar is.

 

Stap 5.

We gaan terug naar de eerste kamer. In hoeverre voldoet dit plan al aan de criteria? Dat wat nog niet voldoet, wordt als opdracht geformuleerd om op te lossen in de volgende droomfase. We gaan dus niet een nieuw idee uitwerken; we bedenken dingen om het idee zo te verrijken, dat het aan de criteria gaat voldoen. Vervolgens gaan we de goede ideeën verwerken in het plan, zijn weer kritisch, brainstormen desnoods nog een keer op oplossingen en gaan net zo lang door, totdat de criticus in alle aanwezigen zegt: Zo kunnen we het doen en vinden we het goed!

 

Op basis hiervan zou een uitwerking gemaakt kunnen worden richting businessplan.

 

En hoe grappig, dat deze structuur eigenlijk lijkt op de basisstructuur van een standaard scène met een happy end: Er is held met droom en hij begint een ongewis avontuur om dat te bereiken. Onderweg komt hij allerlei problemen tegen. Na een aantal spannende wendingen in het verhaal overwint hij uiteindelijk door slim te zijn en door te zetten.

Ton Kemp

Geef een reactie